AVA als platform voor alle stakeholders?
October 8, 2007
Eerst de essentie van het betoog van de beide auteurs. Zij geven aan dat de macht van aandeelhouders is toegenomen ten koste van die van het bestuur. Omdat via de wet op de ondernemingsraden de medezeggenschap van medewerkers is gekoppeld aan bestuursbesluiten, zakt de medezeggenschap van medewerkers weg met die van het bestuur. Dit leidt tot een zoektocht naar een nieuwe machtsbalans tussen de factoren kapitaal en arbeid. Dat medewerkers van Stork en ABN AMRO zich onlangs in de rechtszaal hebben laten horen wordt als voorbeeld van die zoektocht aangehaald. Ook zaken als de hoorzitting in de Tweede Kamer over hedgefunds en een SER-advies over de positie van de werknemers in de onderneming, gelden als indicatoren van dit zoeken. De schrijvers geven aan dat er ontwikkelingen in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) zijn die zij belangrijker vinden. De werknemers van genoemde bedrijven hebben zich ook in die vergadering laten horen. Bovendien kan de factor arbeid ook via Pensioenfondsen van zich laten horen en zullen die fondsen in toenemende mate worden aangesproken op het stembeleid en -gedrag. Hiermee zijn, volgens de auteurs, de eerste stappen gezet op weg naar een geleidelijke evolutie van de AVA naar een “stakeholdersvergadering van aandeelhouders”. Verder stellen zij dat als de factor arbeid zich daar meer laat horen, ook andere stakeholders versneld in beweging zouden kunnen komen in de AVA. Zij noemen dan met name de factor “duurzaamheid” en de factor “klantenbelangen”. Met behulp van moderne technologie zouden alle belangengroepen hun visie kunnen geven op het beleid van de onderneming en zou het bestuur de agenda van de AVA mee kunnen laten evolueren.Het bestuur dat in deze stakeholdersvergadering van aandeelhouders goed scoort bij alle stakeholders, zal op een hoge beurskoers kunnen rekenen, zo beëindigen zij hun betoog.
Het pleidooi aan bestuurders om beter te luisteren naar de brede groep van stakeholders steun ik van harte. Het sluit aan op onze eerdere betogen over de noodzaak voor bestuurders om de gescheiden arena’s van aandeelhouders en overige stakeholders meer als één te zien en te behandelen. Alleen een solide afweging van de belangen van alle stakeholders leidt tot lange termijn aandeelhouderswaarde.
Ik vraag me echter sterk af of het zinvol en wenselijk is de AVA daarvoor te laten evolueren tot het platform waarvoor schrijvers pleiten. Daarvoor heb ik een paar argumenten.
Allereerst moeten we niet de illusie hebben dat Nederlandse ondernemingen het zich kunnen veroorloven om onder invloed van de OR, pensioenfondsen, of wie dan ook, een tandje terug te schakelen op de internationale kapitaalmarkt. Die kapitaalmarkt globaliseert alleen maar meer. We kunnen geen muur om Nederland zetten. En in plaats van een tandje terug, moeten bedrijven een tandje bij schakelen. Maximale klanttevredenheid realiseren innovatiever zijn dan de concurrent, de beste medewerkers werven en duurzaam opereren in de maatschappij. Alleen dan zal de (internationale) aandeelhouder tevreden zijn en is een duurzame positie verdedigbaar.
Verder zijn, zoals de auteurs ook zeggen, de diverse stakeholders in de praktijk niet altijd strikt te scheiden. Een klant kan ook aandeelhouder zijn en de factor “duurzaamheid” is volgens mij niet een separate stakeholder. Sterker nog: duurzaamheid is een onderdeel van de agenda van àlle belanghebbenden; ik kan me niets voorstellen bij de ‘stakeholder duurzaamheid’ die schrijvers voorzien. Aan de andere kant moeten we vaststellen dat de belangen van de verschillende belanghebbenden regelmatig tegengesteld kunnen zijn. Bestuurders moeten die tegengestelde belangen afwegen en tot eenduidige conclusies komen. Zo is het noodzakelijk om te investeren in nieuwe producten, terwijl een bepaalde groep aandeelhouders gaat voor korte termijn winst. Een klant vindt duurzaamheid als burger heel belangrijk, maar bij de kassa laat hij zich vaak leiden door prijs. Een medewerker wil diens baan behouden, maar financiële tegenslag staat dat in de weg. Het is dus zeker niet zo dat er altijd sprake is van een harmonieus samenvallen van agenda’s. En bovendien zijn de belangengroepen steeds moeilijker “te vangen”, zij passen hun mening snel aan onder invloed van een grote informatiebeschikbaarheid. Dit betekent dat een onderneming een goede antenne moet hebben om te anticiperen op snel veranderende ontwikkelingen. Agility noemen wij dat. Dit is geen proces van één keer per jaar in een AVA, maar een continu proces, iedere dag weer. Door alles samen te brengen in één vergadering maakt dat appels en peren moeten worden vergeleken. Eén van de aantrekkelijke zaken van een AVA is dat het bezit van het aandeel het toegangsbewijs is. De maatstaf van succes voor het bedrijf is lange termijn aandeelhouderswaarde. De gedachte dat aandeelhouderswaarde tegengesteld is aan de belangen van de overige belanghebbenden is ons inziens onjuist (hebben we al vaker weerlegd). In de AVA moeten alle beleidsvoorstellen worden beoordeeld langs de maatlat van lange termijn aandeelhouderswaarde, dus als appels (of peren) en niet als een vage fruitsalade. Iemand mag als aandeelhouder in de AVA zijn stem laten horen, als klant doet hij dat waarschijnlijk bij de kassa; die zaken moeten we niet door elkaar halen.
Kortom: het bestuur moet iedere dag interacteren met de verschillende belanghebbenden. Alleen dan is het bedrijf voldoende “agile” en wordt lange termijn aandeelhouderswaarde gecreëerd. Het continue interactieproces behoeft geen “bekroning” in een gemeenschappelijke vergadering. Dat leidt namelijk niet tot duidelijkheid maar tot een “Poolse Landdag”. Zoek iedere belanghebbende op op zijn eigen terrein en breng alle input samen in de bestuurskamer om op die basis superieure beslissingen te nemen. Alleen zo loop je voorop in de internationale competitie. Indien dat niet lukt, zullen de aandeelhouders de bestuurders vervangen. Kunt u me uitleggen dat dat niet in het belang van alle stakeholders is?
Share this article with :
Comments on this blog
There are no comments on this blog
