Kan waterintensieve productie duurzaam zijn? Een aantal dilemma’s

November 10, 2011

De Verenigde Naties voorspellen dat over 20 jaar ongeveer de helft van de wereldbevolking zal leven in gebieden waar water schaars is. In de Hoorn van Afrika, een nu al waterschaarse regio, leed afgelopen zomer leden mens en dier onder een watertekort terwijl een paar honderd kilometer verderop rozen worden geteeld voor de export. Opmerkelijk is dat ons ‘waterlandje’ Nederland in grote hoeveelheden rozen uit deze regio invliegt en in feite daarmee ook water importeert.  Voor het telen van één roos is namelijk gemiddeld 9,2 liter water nodig. Dat roept de vraag op wat deze export van waterintensieve luxeproducten dan voor voordelen oplevert voor een ontwikkelingsland als Kenia en waarom Nederland voor import in plaats van eigen teelt kiest.

Drie weken geleden organiseerden de jonge werknemers van Steward Redqueen een Young Professional Event rondom dit thema. Dat er grote interesse is voor het onderwerp was te zien aan de opkomst op deze avond waar Young professionals vanuit verschillende sectoren in het bedrijfsleven, zoals de financiële wereld  en de logistiek, maar ook van NGO’s en overheid aanwezig waren. Niet alle aanwezigen houden zich dagelijks en professioneel met duurzaamheid bezig: er waren zelfs advocaten en studenten om zich te oriënteren op het onderwerp, wat  aantoont dat er een brede belangstelling is voor het duurzame gebruik van water.

Een antwoord op die vraag rond duurzaam productie van waterintensieve producten is verbonden met een aantal dilemma’s. Zo is de CO2 uitstoot van Nederlandse rozen, door het gebrek aan zonlicht bijvoorbeeld, 6 keer hoger dan de uitstoot van rozen uit Kenia (inclusief luchttransport) maar is water in Nederland wel weer beter beschikbaar dan in Kenia. Ook speelt de Keniaanse rozenindustrie een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de lokale infrastructuur (zoals o.a. ziekenhuizen en scholen) en zijn er 440,000 banen gerelateerd aan de rozenteelt. De private sector speelt grote rol in de ontwikkeling van zo’n gebied en heeft daarom ook een groot belang heeft in het vinden van een oplossing voor een probleem als waterschaarste. Winst is uiteindelijk de drijfveer van de private sector, en waterschaarste brengt deze belangen in gevaar. Het WWF (Bart Geenen) raadt dan dus ook aan om vooral wel bloemen uit Kenia te blijven kopen.

Je zou duurzaam geteelde bloemen in de winkel moeten herkennen aan een ‘fair-trade’ keurmerk alleen zijn er een hoop verschillende waar de ene voornamelijk eisen aan de arbeidsomstandigheden stelt maar niet zozeer aan de watervoetafdruk en de ander die alleen naar de milieu impact kijkt. Let je dan dus in de winkel op een keurmerk dat aantoont dat de rozen met een zo klein mogelijk waterverbruik geproduceerd zijn of dat de werknemers eerlijk zijn betaald? Karin Bogaers (Ahold) beklaagt een wildgroei aan duurzame keurmerken en belangengroepen met ieder hun eigen agenda. Zo stelt ieder bedrijf andere eisen aan de leveranciers wat het dus in principe voor de consument onmogelijk maakt om te kiezen. Er moet meer transparantie komen en de keurmerken moeten geharmoniseerd worden.

Dat water schaarser wordt is een feit maar het gebruik van dergelijke schaarse resources kan worden beïnvloed.  Meer consumenten bewustzijn voor de milieu effecten van consumptie bij de (Europese) consument heeft uiteindelijk een effect op de manier waarop bedrijven omgaan met onder andere de handel van waterintensieve producten uit ontwikkelingslanden. Wanneer ook de lokale bevolking  bereid is hun lokale ‘natural capital’ duurzaam te gaan gebruiken, kunnen alle betrokken partijen samen aan het probleem werken zodat het kan worden aangepakt. Het programma van het WWF voor de rozenteelt rondom Lake Naivasha in Kenia is hier een goed voorbeeld van.


Share this article with :
share share share

Comments on this blog



There are no comments on this blog

Your comment



Name * :
E-mail :
Show my e-mail on the website
Message * :