Vragers van duurzaamheidsinformatie slaan plank nog vaak mis

April 11, 2007

De wijze waarop informatievragers bedrijven benaderen voor het verkrijgen van duurzaamheidsinformatie is veelal te typeren als een “schot hagel”. De GRI-richtlijnen, maar ook de vragenlijsten van duurzaamheidsanalisten en bijvoorbeeld de “transparantie-benchmark” van het Ministerie van Economische Zaken bevatten álle vragen die maar te bedenken zijn. Hoewel daarbij soms wordt aangegeven dat bedrijven zich vooral moeten richten op zaken die zij van materieel belang achten, werkt dit in de praktijk vaak niet. Voorlopers die zouden proberen om minder vragen te beantwoorden, zullen –ook al snijden hun antwoorden meer hout- het risico lopen dat zij terugvallen in de ranglijstjes van de vragers.

Wat is er aan de hand? De methodiek van de vragenstellers laat te wensen over en de kwaliteit van de vragenlijsten is discutabel. Bedrijven streven er desalniettemin naar om de vragenstellers op hun wenken te bedienen. Deze onderzoekers zijn machtige partijen, want een topplaats in hun ranking heeft reputatiewaarde. Dus wordt zoveel mogelijk informatie gegeven, zelfs al is de relevantie daarvan niet altijd duidelijk. Hierdoor ontstaat wat Michael Porter noemt “The ratings game” (Harvard Business Review, december 2006).

Dit mechanisme heeft ook veel duurzaamheidsverslagen beïnvloed. In een poging zoveel mogelijk kanten van het bedrijf te laten zien ontberen die verslagen vaak focus en prioriteiten. Gevolg is dat een amorf beeld wordt opgeroepen dat lijkt te impliceren dat het bedrijf álles belangrijk vindt. De meeste gebruikers (analisten, professionele partijen) lijkt het weinig uit te maken. Zij zien het verslag als een ‘qualifier’; het gaat er meer om dát een bedrijf een verslag uitgeeft, dan om wát er in staat. Verslagen worden slecht gelezen en roepen nauwelijks reacties op van lezers. Een dergelijk gebruik van verslagen rechtvaardigt de enorme kosten niet die hiervoor door bedrijven worden gemaakt.

Ik denk dan ook dat er een rationaliseringsslag zal volgen, die zich zal uiten in twee doorslaggevende ontwikkelingen.Ten eerste gaan bedrijven nog meer op zoek naar die aspecten van duurzaamheid die materieel zijn voor de continuïteit van hun bedrijf en het verslag richten op een scherpere doelgroep. Een goed duurzaamheidsverslag zal dus dunner worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat een bierbrouwer goede informatie geeft over het watergebruik en toegang tot deze schaarse grondstof, maar het papiergebruik van de organisatie onbenoemd laat.
Ten tweede zullen duurzaamheidsverslagen binnen een aantal jaar geïntegreerd worden in financiële jaarverslagen. De echte materiële aspecten van duurzaamheid zijn zó relevant dat ze nergens anders thuishoren dan daar.

Ondanks de logica hiervan zit er nog wel een adder onder het gras. Als bedrijven deze focus gaan aanbrengen, is de ultieme consequentie dat zij de vragenlijsten van allerlei partijen niet meer volledig kunnen –en moeten willen- beantwoorden. In de huidige methodiek die vragers hanteren, zal de positie van deze voorlopers dus mogelijk verslechteren. Voor een gezonde ontwikkeling van duurzaam ondernemen is dit echter broodnodig. Of niet soms?


Share this article with :
share share share

Comments on this blog



Raymond Pelders, April 23, 2007 09:56

Mijn gevoel is al jaren dat met name die bedrijven bovenaan lijstjes en rankings staan die gevoelig zijn voor reputatie, een grote maatschappelijke impact hebben op de samenleving en voldoende middelen en resources hebben om vanuit een stafstructuur met d


Wouter Scheepens, April 23, 2007 16:11

Dank voor je reactie Raymond. Ik zie het zelf iets minder zwart-wit. Ten eerste denk ik dat reputatie ook van belang is voor "bedrijven die voor duurzaamheid opgericht zijn". Ook hun reputatie staat elke dag weer op het spel. Ten tweede, en nog



Your comment



Name * :
E-mail :
Show my e-mail on the website
Message * :