English version making business work for society

Samenwerking voor duurzaamheid: leren van de ‘plover bird’ en de krokodil

6 juni 2018

Hoe grote bedrijven en kleine(re) ondernemingen samen verschil maken voor duurzaamheid

 


Aanleiding

Mijn boek ‘Duurzaamheid in de Boardroom’ sloot ik af met een hoofdstuk over samenwerking voor innovatie en impact. Daarin besteedde ik aandacht aan op verduurzaming gerichte samenwerking van grote bedrijven met startups en sociale ondernemingen. In gesprekken reageerden bestuurders van grote bedrijven vaak enthousiast op voorbeelden van dergelijke samenwerking.

Mijn vermoeden was, mede voortbouwend op Deens onderzoek, dat samenwerking tussen ‘Greening Goliaths’ (grote bedrijven) en ‘Emerging Davids’ (de nieuwe toetreders tot de markt startups etc) meer waarschijnlijk tot verduurzaming leidt dan de inzet van elk van hen afzonderlijk.

Het opzoeken van creatieve geesten en het openzetten van de ramen zal grote bedrijven, zo was mijn stelling, nieuwe impulsen geven. Het helpt hen om duurzaamheid concreet te maken en tot producten te komen. En de samenwerking kan startups of sociale ondernemingen steunen bij doorontwikkeling van ideeën, opschaling en productlanceringen. Ik concludeerde dat het nog niet te zeggen is of (en hoe) de samenwerking voor duurzaamheid tussen grote en kleine bedrijven tot wasdom zal komen.

In vele gesprekken na de publicatie van ‘Duurzaamheid in de Boardroom’ bracht ik dit onderwerp op en raakte daarmee vaak een gevoelige snaar. Vele vragen werden gesteld en voorbeelden werden ter sprake gebracht. Successen en mislukkingen kwamen aan de orde. Al met al bleek het een prikkelend onderwerp dat zich leent voor aanvullend onderzoek.

Eerste verkenning

Dit was een reden om een eerste verkenning uit te voeren. Samen met stagiaire Frederique Glazener formuleerde ik hypothesen en werd een eerste ronde desk-research afgerond. We voerden bovendien oriënterende gesprekken met ervaringsdeskundigen. In deze fase wilden we eerste indrukken krijgen vanuit verschillende perspectieven. Daarom hebben we gesproken met de jonge duurzame startup fairf (levert duurzame kwaliteitsverf) die met een groter familiebedrijf in zee is gegaan, maar ook met Instock, een spin-out van Albert Heijn, die gericht is op het tegengaan van voedselverspilling. Bij Alliander leerden we meer over hun platform voor startups die innoveren in duurzame energie. We spraken ook met de oprichtster van Let it Grow, een innovatief incubatieprogramma van FloraHolland. Omdat dit initiatief -waarin werd samengewerkt met duurzame startups in hun sector- onlangs was opgeheven vanwege verandering van strategische prioriteiten, kregen wij veel waardevolle inzichten. Bij Social Enterprise NL leerden we meer over het veld van sociale ondernemingen en in ons gesprek met het Social Impact Fund van ABN AMRO werd de investeringskant nader belicht. (Wij danken al onze gesprekspartners[1]. Met hen spraken we af nog niet te citeren uit onze gesprekken. Wel gebruiken we in dit stuk quotes van sommigen van hen, die al elders zijn gepubliceerd)

Vraag om input

Hierna ga ik in op een aantal bevindingen, maar niet voordat ik u –de lezer- uitnodig om met mij mee te denken. Kent u relevante literatuur, wilt u input geven of kanttekeningen plaatsen? Reageer hieronder, of neem contact met mij op. Dit zal me helpen om de volgende fase van het onderzoek op te starten. Ik zie er naar uit nog vele gesprekken te voeren en tot praktische handvatten te komen. Zit daar een volgend boek in? Veel dank al vast voor uw inbreng. En desgewenst kan ik ook een langere versie van dit verhaal aan u mailen.

Op welke samenwerking richt ik me? (scope en definities)

Allereerst is het van belang te benadrukken dat ik me wil richten op de kracht en uitdagingen van samenwerking tussen grote en kleine bedrijven. Meer specifiek moet die samenwerking gericht zijn op verduurzaming. Als dat niet het doel is van een gemeenschappelijke activiteit, dan valt deze buiten de scope.

Dan de ‘kleine ondernemingen’; welke bedrijven vallen daaronder? We onderzochten sociale ondernemingen en startups. Voor ons onderzoek vegen we ze onder één noemer; sustainable enterpreneurial enterprises (SEEs)[2]. We verliezen ons niet in onderscheid tussen de ene categorie of de ander. Voor ons gaat het om op duurzaamheid gerichte ondernemende initiatieven. Dit betekent dat gestreefd wordt naar maatschappelijke toegevoegde waarde waarbij de onderneming financieel op eigen benen gaat staan (winstgerichtheid). Sommigen ondernemingen zijn net gestart (early stage SEE) en anderen zijn al langer actief (later stage SEE).

De grote ondernemingen kaderen we ook niet precies af; vaak zijn het multinationals, maar het kunnen ook nationaal opererende bedrijven zijn van een zekere omvang. Zij moeten beschikken over enkele krachten (zie hieronder) die voor de samenwerking cruciaal zijn.

Klinkt het nog abstract? Een goed voorbeeld van de samenwerking waar ik over spreek is die tussen DSM en Niaga. In ‘Duurzaamheid in de Boardroom’ citeer ik Dimitri de Vreeze, lid van de RvB van DSM. Hij zei: “De Nederlandse startup Niaga had een geweldig idee om tapijt duurzamer te maken. (…) De ondernemers liepen tegen barrières op, ze kregen de technologie niet opgeschaald. En daar zijn wij toevallig heel goed in (…)”. Ook citeerde ik de technisch directeur van Niaga: “Wij versterken elkaar. Voor een groot bedrijf is het moeilijk om, zoals wij, volledig met een wit blad te beginnen, volledig vrij te denken.” De samenwerking tussen DSM en Niaga heeft tot concrete resultaten geleid, waarbij duurzaamheid een van de drijfveren was. 

De kracht van samenwerken

De gesprekken die we gevoerd hebben bevestigen het beeld dat SEE’s en grote bedrijven de samenwerking opzoeken om hun unieke krachten te bundelen. Juist de combinatie van beide typen organisaties helpt om uit de comfortzone te treden, tot schaalbare oplossingen te komen voor duurzaamheid en te bouwen op elkaars talenten. De bijgaande figuur vat e.e.a. samen.

Het is cruciaal dat de voorwaarden voor samenwerking goed moeten worden besproken en bevestigd. Op values of purpose niveau moet men een sterke gemeenschappelijke basis hebben. Dit klinkt wellicht soft maar juist op dit niveau wordt bepaald hoe men met elkaar omgaat als het lastiger wordt, als zaken anders lopen dan gepland. Dit gaat verder dan het helder maken van de beoogde doelstellingen van het project, ook die zijn cruciaal maar die zijn ‘operationeler’ van aard. Uit de gesprekken blijkt dat men vertrouwen moet ontwikkelen en behouden en vooral ruimte laat voor ieders unieke inbreng. Omarm de verschillen en voorkom dat je terugvalt in oude reflexen. De wil om te leren en waar nodig aanpassingen door te voeren in de doelstellingen is een cruciale succesfactor. Dit lukt eigenlijk alleen als men op values niveau echt een ‘fit’ heeft. Startup fairf heeft partner Baril uitgekozen op een gedeelde visie en aandacht voor duurzaamheid “Het profiel van het bedrijf past uitstekend in onze visie dat we zuinig moeten omgaan met de aarde”[3]

De ‘why’ van samenwerking zit dus in het mobiliseren van de gemeenschappelijke krachten voor duurzaamheid. Voor de goede orde nog een korte opmerking over de ‘what’. De samenwerking is het bewijs van een relatie die twee verschillende ondernemingen aangaan. Samen gaat men experimenteren, ontwikkelen, leren, falen, en toch weer verder. Dit gaat voor mij verder dan een transactionele verhouding die kan ontstaan tussen een groot bedrijf en een SEE. Denk aan een supermarkt die de producten van een SEE in het assortiment opneemt, of een groot bedrijf dat een launching custormer is voor een bepaald product. Aan het belang hiervan doe ik niets af, maar wijken die transactie(s) af van wat gebruikelijk is in markten. Hebben Tony Chocolonely of Yoni een bijzondere relatie met Albert Heijn? Is deze anders dan die met Verkade en Always voor wie de supermarkt ook een verkoopkanaal is? Wat denkt u? Is dat nog een onderzoeksvraag?

Symbiose:  de plover bird en de krokodil

De samenwerking tussen een SEE en het grote bedrijf is eigenlijk een soort symbiose. Een prachtige metafoor zie ik in de plover bird en de krokodil. Het vogeltje vliegt in de bek van de krokodil en haalt daar vleesresten tussen de tanden weg. Goed voedsel! En de krokodil heeft een ‘tandenstoker’ met alle voordelen van dien. Allebei hebben ze hier profijt van: de vogel durft de bek van de krokodil in te gaan om goed te snacken en dat grote beest sluit niet ineens zijn muil. Een dergelijke balans met wederzijds profijt is ook bedrijfsmatig een mooi doel.

In de praktijk kan het misgaan als een van de partijen de balans ondergraaft. Een groot bedrijf dat een SEE ziet als een aantrekkelijk hapje, is niet uit op gemeenschappelijk belang. Dan lijkt er eerder sprake van een cowboy die een ‘rodeokalf’ met een lasso vangt en klemvast op de rug legt. Anderzijds zijn er voorbeelden van SEE’s die door een groot bedrijf in leven worden gehouden zonder dat er op een redelijke termijn echt meerwaarde wordt gecreëerd. Dan is het kleine bedrijf haast als een parasiet op een groter lichaam.

Let wel: ook in het geval van symbiose moet getest worden of er nog sprake is van meerwaarde. Sociale investeerders en platforms voor startups hebben wellicht/waarschijnlijk een zekere coulance, maar er zal discipline worden gevraagd van de SEE en op enig moment moet de samenwerking leiden tot tastbaar resultaat en een zekere financiële robuustheid naast de maatschappelijke toegevoegde waarde. In de woorden van Instock: “Albert Heijn helpt ons in de uitbreiding met de investering. Die samenwerking vinden we heel fijn. We vinden het echter wel belangrijk dat we in onze operatie zelfreddend zijn. Als je verdienmodel klopt, dan kun je het probleem echt aanpakken[4]”.

Verder onderzoek

Er zijn nog veel meer bedrijven en ervaringsdeskundigen om hierover mee van gedachten te wisselen. Daarbij beperk ik me niet tot Nederland; ook internationale voorbeelden bieden veel inspiratie. Ik ben benieuwd naar nieuwe ideeën en mogelijkheden. Kan verder onderzoek leiden tot een soort van stappenplan om de ‘ploverbird symbiose’ verder concreet te maken? Daar ga ik naar op zoek. Voor vragen of suggesties kun je me bereiken via email.  Ook kan ik je een langere versie van dit artikel sturen. Laat me weten als je daar belangstelling voor hebt.

 Wouter Scheepens



[1] Dank aan Laurens van Dort (fairf), Selma Seddik (Instock), Susanne Bach (Alliander), Silke Tijkotte (Let it Grow), Stefan Panhuijsen (Social Enterprise NL), Eric Buckens (Social Impact Fund ABN AMRO)

[2] Geïnspireerd op Markman et all (2016) Entrepreneurship as a platform for pursuing multiple goals

[3] Van Oerle, P. P. (2017, 11 april). Corporate en Start-up vinden elkaar met Verve. Emerce

[4] De Leeuw, M. (2016, 6 juli). Instock schaalt samenwerking met AH op. Levensmiddelenkrant

 

Samenwerking voor duurzaamheid: leren van de ‘plover bird’ en de krokodil